première: bouwen aan vertrouwen - kwaliteitsexport

Een ui die in Nederland wordt verscheept, kan enkele weken later op een markt in Dakar, Abidjan, São Paulo of ergens anders aan de andere kant van de wereld liggen. De afstand verschilt, de bestemming verschilt en ook de eisen kunnen per markt uiteenlopen. Eén ding mag onderweg niet veranderen: de zekerheid over wat er in die zending zit.

Precies daarin heeft de Nederlandse uiensector iets uitzonderlijks opgebouwd. Niet één controle, één certificaat of één specifieke organisatie maakt de Holland Onion betrouwbaar. Het is de optelsom van onafhankelijke inspecties, verregaande automatisering, digitale informatie en afspraken door de hele keten. Nederland exporteert niet alleen uien. Het organiseert zekerheid rond iedere zending.

Dat is geen overbodige luxe. Nederlandse uien vinden hun weg naar meer dan 130 bestemmingen, ieder met hun eigen handelsvoorwaarden, documentatie en soms aanvullende importeisen. Een afnemer duizenden kilometers verderop moet erop kunnen vertrouwen dat de partij die aankomt ook werkelijk voldoet aan wat bij vertrek is beloofd. Juist bij een product dat zulke afstanden aflegt, wordt kwaliteit daarmee meer dan een eigenschap van de Hollandse ui. Het wordt een afspraak tussen werelden.

Kwaliteit op je woord geloven?
Iedere exporteur kan zeggen dat zijn uien van goede kwaliteit zijn. Een verwerker kan laten zien hoeveel aandacht er aan sortering en verpakking wordt besteed. Maar voor een afnemer duizenden kilometers verderop is dat uiteindelijk niet genoeg. Goede kwaliteit kun je claimen; betrouwbare kwaliteit moet onafhankelijk kunnen worden vastgesteld. Precies daar komt het Nederlandse Kwaliteits-Controle-Bureau (KCB) [https://www.kcb.nl/over]  in beeld.

Het KCB beoordeelt Nederlandse exportuien op basis van wettelijk vastgestelde Europese handelsnormen. Daarbij gaat het om meer dan een snelle blik op een partij. Partijgegevens en aantallen worden gecontroleerd, exportverpakkingen worden steekproefsgewijs uit een zending gehaald en de uien worden beoordeeld op gaafheid en gezondheid. Ook de etikettering moet aan de gestelde eisen voldoen.

Ook onder de schil
Een ui kan er aan de buitenkant uitstekend uitzien en toch van binnen iets anders vertellen. Daarom houdt de kwaliteitscontrole niet op bij wat zichtbaar is. Nederlandse uien worden tijdens inspecties ook opengesneden om de inwendige ui te beoordelen en bijvoorbeeld aantastingen door bacteriën of schimmels te kunnen signaleren.

Dat is belangrijk voor een product dat soms een lange reis voor de boeg heeft. De eisen aan intactheid, stevigheid en huidvastheid zijn er niet alleen om een fraaie ui af te leveren. Ze helpen ervoor te zorgen dat Holland Onions hun reis naar meer dan 130 bestemmingen wereldwijd in goede conditie kunnen doorstaan.

Van controle naar vertrouwen in 60 seconden
Hoe ziet die onafhankelijke kwaliteitsborging er in de praktijk uit? In onze nieuwe mini-docu Building Trust – Quality Export zie je hoe een Holland Onion in de praktijk wordt gecontroleerd voordat hij aan zijn reis over de wereld begint.

Bekijk hier Sustainable Layers: Bouwen aan Vertrouwen - Kwaliteitsexport [https://youtu.be/N7iws-TZRZ4]

De papieren reizen vooruit
Wie bij export nog denkt aan stapels formulieren, stempels en documenten die met een zending meereizen, loopt in Nederland achter de feiten aan. De controle en afhandeling van de exportzendingen is vergaand gedigitaliseerd. Via het nationale systeem e-CertNL  [https://e-cert.nl/en/] worden inspecties en certificaten digitaal aangevraagd en aan de betreffende zending gekoppeld. Voor export buiten de Europese Unie worden bovendien de specifieke eisen van het bestemmingsland meegenomen.

Ook de toekomst van fytosanitaire certificaten ligt in de elektronische uitwisseling. Via ePhyto kunnen bevoegde autoriteiten in het bestemmingsland de gegevens rechtstreeks digitaal ontvangen. Vooralsnog is dat slechts voor een beperkt aantal bestemmingen mogelijk en verloopt uitbreiding naar nieuwe landen langzaam. Samen met alle betrokken stakeholders werken we er daarom aan om steeds meer bestemmingen op deze digitale uitwisseling aan te sluiten.

Controle waar nodig is
KCB toezicht is risicogericht. Binnen het Reglement Interne Kwaliteitscontrole (RIK) nemen gecertificeerde exporteurs en verwerkingsbedrijven zelf verantwoordelijkheid voor hun interne kwaliteitsborging, terwijl het KCB daar onafhankelijk toezicht op houdt.

De intensiteit van dat toezicht beweegt mee met wat er in de praktijk wordt aangetroffen. Waar daar aanleiding toe is, kan het KCB de controle-intensiteit verhogen. Juist daarin zit de kracht van een onafhankelijk controlesysteem: kwaliteit wordt niet verondersteld, maar voortdurend getoetst.

Voor sommige bestemmingen gelden bovendien aanvullende eisen aan productie of export. Nederland maakt daarover afspraken met het ontvangende land. Alleen bedrijven die aan die voorwaarden voldoen, mogen dan voor zo’n markt exporteren. Het KCB houdt namens de NVWA toezicht op dergelijke erkenningsregelingen. Zo worden ook bijzondere landeneisen onderdeel van hetzelfde controlesysteem.

130 landen leer je niet in één seizoen kennen
En dan is er nog iets wat moeilijk in een systeem of certificaat te vangen is: ervaring. Nederland behoort al decennialang tot de wereldleiders in de uienexport. Importeurs kennen het product, de exporteurs, de documenten en het controlesysteem. En andersom heeft de Nederlandse keten door export naar meer dan 130 bestemmingen uitzonderlijk veel ervaring opgebouwd met uiteenlopende kwaliteitseisen, fytosanitaire voorschriften en exportprocedures.

Kennis die verder gaat
Die kennis moet bovendien blijven circuleren. Daarom is onlangs ook de gespecialiseerde opleidingsmodule voor professionals die de kwaliteit van uien beoordelen en bewaken – de P4-module– vernieuwd en uitgebreid. De nieuwe module besteedt nadrukkelijk aandacht aan fytosanitaire regelgeving, voedselveiligheid en de achtergronden van handelsdocumentatie. Zo wordt decennialange praktijkervaring niet alleen benut in de dagelijkse export, maar ook doorgegeven aan een nieuwe generatie professionals in de uienhandel.

 

Vertrouwen rust nooit op één schakel
En precies daar zit misschien wel de echte kracht van het Nederlandse systeem. Geen enkele controleur kan kwaliteit in zijn eentje organiseren. Wat uiteindelijk bij een klant aankomt, is het resultaat van een hele keten. Verregaande automatisering bij sorteer- en verpakkingsbedrijven, eigen kwaliteitsborging, onafhankelijke inspecties, digitale certificering en sectorbrede afspraken grijpen in elkaar. Telers, verwerkers en exporteurs werken daarbij samen aan uniformiteit en kwaliteit. Juist die combinatie draagt bij aan de reputatie van betrouwbaarheid die de Nederlandse uiensector internationaal heeft opgebouwd.

130 verschillende commerciële werkelijkheden
Die reputatie is extra belangrijk in een sector die zoveel verschillende markten bedient. Meer dan 130 bestemmingen betekent immers ook meer dan 130 verschillende commerciële werkelijkheden: uiteenlopende eisen, documenten, procedures en verwachtingen. Nederland heeft daardoor door de jaren heen veel ervaring opgebouwd met internationale kwaliteitsnormen, fytosanitaire eisen en exportdocumentatie.

De zekerheid reist mee
Daarmee krijgt die zak Holland Onions aan de andere kant van de wereld ineens een andere betekenis. De afnemer ontvangt niet alleen een product dat duizenden kilometers heeft afgelegd. Hij ontvangt ook het resultaat van een systeem dat erop is ingericht om vooraf vast te stellen wat wordt verzonden en of dat voldoet aan de gestelde eisen.

Wat reist er altijd mee met een Holland Onion? Vertrouwen. Vertrouwen dat met iedere zending verder wordt opgebouwd.

degbesfrnlpt